professioneelouderschap | Het onderzoek
7484
page,page-id-7484,page-template-default,ajax_fade,page_not_loaded,,wpb-js-composer js-comp-ver-4.1.2,vc_responsive
 

Het onderzoek

onderzoek

Het onderzoek

 

Het onderzoeksproject Professioneel Ouderschap in Gezinshuizen is gestart in 2012 en afgerond in 2015. Het onderzoek is uitgevoerd door het lectoraat Jeugd en Gezin van de Christelijke Hogeschool Ede, in nauwe samenwerking met jeugdzorginstellingen en verschillende andere (kennis)partners

Wat is een lectoraat?

 

Een lectoraat is een samenwerkingsverband van onderzoekers op een hogeschool. Zij doen praktijkgericht onderzoek, een vorm van onderzoek die zowel het werkveld als het hbo onderwijs centraal stelt. Naar aanleiding van een vraag uit de beroepspraktijk doet het lectoraat onderzoek en de resultaten die daaruit volgen worden toepasbaar gemaakt voor de werkpraktijk en het onderwijs. Hierbij kunt u denken aan de ontwikkeling van trainingen of onderwijsmodules.

Lectoraten specialiseren zich op een bepaald thema of een bepaalde sector. Het lectoraat Jeugd en Gezin van de Christelijke Hogeschool Ede doet onderzoek naar het opvoeden en opgroeien van jongeren, vanuit de overtuiging dat daar de basis gelegd wordt voor het verdere leven.

Aan het hoofd van ieder lectoraat staat een lector. Hij/zij is expert binnen een bepaald onderzoeksgebied. Voor het lectoraat Jeugd en Gezin is dat Martine Noordegraaf. Zij is tevens uitgeroepen tot Lector van het Jaar 2014/ 2015

Wat is een gezinshuis?

 

Een gezinshuis is een vorm van jeugdzorg die valt onder de Jeugdwet of de AWBZ. Aan de basis van een gezinshuis staan de gezinshuisouders. Zij stellen hun huis open voor één of meerdere kinderen of jongeren in de leeftijd van 0 tot 24 jaar. Die kinderen en jongeren leven in principe tot volwassenheid in het eigen gezin van de gezinshuisouder(s).


Kenmerkend voor de zorg die in een gezinshuis geboden wordt is dat het opgenomen kind belandt in een ‘normaal’ gezinsleven. Door de kleinschaligheid is er sprake van continuïteit, aandacht en steun voor elk individueel kind. De achtergrond en het netwerk van het kind (waaronder de biologische ouders) krijgen in de begeleiding een prominente plaats.

Deze langdurige en kleinschalige woonvorm stelt de gezinshuisouders in staat om op professionele wijze de kind(eren) te begeleiden, verzorgen en op te voeden. Hierbij staan ze 24 uur per dag en 7 dagen in de week voor hen klaar en minimaal één ouder per gezinshuis ontvangt een salaris of vergoeding hiervoor. Gezinshuizen kennen diverse financiële constructies, waaronder samenwerking met een zorgaanbieder of franchiseorganisatie.

Aanleiding voor het project

 

Binnen de jeugdzorg worden jongeren soms noodgedwongen uit huis geplaatst en opgenomen in residentiële jeugdzorg. Zo ook de jongeren die komen te wonen in een gezinshuis. Deze huizen zijn bedoeld om kinderen tot volwassenheid een veilige en gezonde plek te bieden. Helaas komt ongepland vertrek, vooral onder pubers, (te) vaak voor.

Begin 2012 kwamen Annemieke de Vries van de franchiseorganisatie Gezinshuis.com en Martine Noordegraaf (Lector Jeugd en Gezin, Christelijke Hogeschool Ede) met elkaar in contact. Het probleem van ongepland vertrek van pubers uit gezinshuizen kwam op tafel en Martine kon dit als onderzoeker omzetten naar een onderzoeksvraag.

Om een goede basis te leggen voor praktijkonderzoek was het van belang dat meerdere organisaties zich hierbij aansloten. Het probleem van ongepland vertrek werd herkend in veel gezinshuizen en andere (hulpverlenings)organisaties. Er werd een samenwerkingsverband   gevormd, dat werd aangevuld met experts op het gebied van onderzoek en jeugdzorg. Ook sloten er elk jaar student-onderzoekers aan, om als stage of afstuderen te proeven van het doen van praktijkonderzoek. 

Stichting Innovatie Alliantie  is een instantie die overheidssubsidies verdeelt over kansrijke en innovatieve onderzoeksprojecten op hogescholen, die een impuls geven aan de professionele praktijk van de publieke sector. SIA was bereid een groot deel van het onderzoek te subsidiëren.

Dankzij de financiering van SIA kon de werkveldvraag uitgroeien tot een projectplan, gericht op de vraag: ‘Hoe handelen gezinshuisouders in interactie met jongeren in alledaagse leefsituaties van een gezinshuis, op zo’n manier dat er herstel in ontwikkeling en toekomstgerichtheid ontstaat?’.

Opzet en uitkomsten

 

In het onderzoek is nauw samengewerkt tussen onderzoekers, student-onderzoekers, gezinshuisouders en vertegenwoordigers van jeugdzorgorganisaties. Het onderzoek dat tweeëneenhalf jaar duurde bestond uit twee opeenvolgende fases:

 

Fase 1 – Focusgroepen 

 

Aan de start van het project is literatuuronderzoek gedaan. Om de ervaringen te verzamelen die gezinshuisouders hebben met pubers, vonden in de eerste fase van het onderzoek een aantal groepsgesprekken plaats met gezinshuisouders. In zes bijeenkomsten (van zgn. ‘focusgroepen’) zijn 33 gezinshuisouders gesproken. Hieruit en uit de literatuur kwamen een aantal gemeenschappelijke thema’s naar voren die bepalend waren voor het verdere onderzoek. Daaronder valt bijvoorbeeld het omgaan met grenzen, de rol van de biologische ouders en hechtingsproblematiek.

 

Fase 2 – Video observaties 

 

Aan de hand van bovengenoemde thema’s is overgegaan tot video observaties. Dit is een middel waarmee interacties tussen de gezinshuisouders en de pubers die bij hen wonen vastgelegd kunnen worden. De onderzoekers selecteerden zes gezinnen waar zij verwachtten goede interacties met pubers te kunnen observeren. Deze gezinnen zijn zes weken lang met een opgestelde camera gefilmd tijdens hun avondmaaltijd. Dit leverde veel waardevolle voorbeelden op van goed werkende interacties tussen ouder en kind. De onderzoekers gebruikten de eerder vastgestelde thema’s om hun observaties te ordenen.

 

Uitkomsten

 

De analyses van de videobeelden zijn door de onderzoekers verwerkt tot resultaten. Deze resultaten geven antwoord op de onderzoeksvraag: ‘Hoe maak je goed aansluiting met pubers met gedragsproblemen, zodat je hen ook daadwerkelijk kunt gaan begeleiden in hun volwassen worden?’. De uitkomsten zijn vervolgens vertaald naar een aantal producten. Zo is er een training en begeleidingsinstrument vormgegeven voor gezinshuisouders en andere jeugdzorgprofessionals. Ook is er een module voor studenten ontwikkeld.

Klik hier  voor een overzicht van en toelichting bij de producten.

Facebooktwitterpinterestlinkedin